De Stomme van Kampen
Recensie
Het klassieke kinderboek
Hendrick Avercamp is de oudste zoon van een welgesteld apothekersgezin en is doof. In de zestiende eeuw betekende dat dat je niet meetelde in de maatschappij; als je niet kon horen en praten was je immers ook niet in staat om iets te leren. De enige beroepen die er voor een doofstomme overbleven, waren dat van mandenvlechter, bezembinder, sjouwer of dagloner.
Maar Hendricks trotse, moedige moeder legt zich daar niet bij neer. Ze zou het niet kunnen verdragen dat een Avercamp een arm beroep zou moeten uitoefenen; ze wil dat haar zoon goed de kost kan verdienen later. Nu is zijn wereldje beperkt tot het apothekershuis en de kruidentuin waar hij zijn moeder mag helpen met onkruid wieden. Maar hoe kan je iets betekenen in een wereld van woorden als je de taal niet machtig bent? Hendricks moeder bedenkt een methode waarmee ze haar doofstomme zoon leert lezen en schrijven. En Hendrick raakt helemaal in de ban van schrijven.
Als zijn knikkers wegrollen en tegen de plint stoten, blijven ze roerloos liggen. Ze veranderen niet. Maar als hij met het krijt over de lei glijdt verschijnt er iets wat er voorheen niet was: een lijn, een kromming, een rondje, een schuine streep. Natuurlijk kan hij de vormen nog niet benoemen, maar hij ziet ze, ze maken indruk op hem, hij heeft ze zelf vorm gegeven.
Het blijkt bovendien dat Hendrick tekentalent heeft. In de winter, als de IJssel dichtgevroren is en er door de stadsbewoners geschaatst wordt, gaat Hendrick kijken en zuigt die beelden en de sfeer van gezelligheid en plezier in zich op. 's Avonds, wanneer hij thuiskomt, tekent hij de schaatsers die hij overdag gezien heeft.
In de kunstgeschiedenis is Hendrick Avercamp een grote naam geworden. Zijn ruim dertig schilderijen zijn over de hele wereld verspreid. Meestal schilderde hij winterlandschappen met schaatsenrijders en veel ijspret, maar daartussendoor maakte hij ook enkele mooie zomerlandschappen.
Zijn grootste verdienste is echter dat hij de aquarel tot zelfstandige kunstvorm wist te verheffen. Een kleine duizend tekeningen en aquarellen, mooi van lijn en kleur, zijn van hem bewaard gebleven. Daaruit spreekt zijn liefde voor het platteland, de mensen en hun bezigheiden.
Thea Beckman schetst een prachtig en verbazingwekkend portret van deze boeiende historische figuur, die leefde aan het einde van de zestiende en het begin van de zeventiende eeuw. Realistisch, ontroerend en boeiend tot de laatste bladzijde.
Isis