
| isbn: | 9789056378202 |
|---|---|
| prijs: | € 14,95 |
| uitvoering: | paperback, 328 pag. |
auteur: Katarina von Bredow
Hoe verliefd mag je zijn?
De vijftienjarige Katrina woont met haar vader en broertje in een eenvoudige flat. Ze kunnen maar net het hoofd boven water houden. Katrina's beste vriendin Frida heeft alles mee: veel geld, een mooi uiterlijk, populariteit. Als Frida verliefd wordt op Adam, de nieuwe jongen in de klas, gaat Katrina ervan uit dat dat wederzijds is.
Maar dan blijkt dat Adam niets ziet in Frida. Hij wil Katrina, en zij hem. Hoe moet dat nu? Mag je je hartsvriendin zoiets aandoen?
Hoe verliefd mag je zijn?
De pers
'Een hoop meidenellende om lekker bij weg te zwijmelen'
Kidsweek
'Een heel mooi en aangrijpend verhaal over de liefde'
www.leesfeest.nl
Hoe verliefd mag je zijn?
Fragment
Frida wilde dat het weer goed zou zijn tussen ons, dat alles vergeven en vergeten zou zijn, en dat wilde ik natuurlijk ook. We hadden het er niet meer over, maar ik voelde het toch. Het hing in de lucht toen we samen de trap opliepen naar de eerste les.
Daarna gebeurden er twee dingen.
Het eerste was niet zo vreselijk. Andreas kwam achter ons aangerend, pakte mijn hand, trok me mee een andere gang in en sloeg zijn armen om me heen.
‘Ik moest je even vasthouden,' fluisterde hij. ‘Ik heb de hele nacht aan je gedacht. Ik dacht dat ik gek werd, het wilde maar geen ochtend worden!'
‘Goh,' zei ik en ik voelde me schuldig omdat ik zelf zo goed had geslapen.
Maar het hield me niet tegen. Ik zei het toch. Ik moest het nu meteen doen. Bovendien irriteerde het me een beetje dat hij me zomaar had meegetrokken.
‘Frida is mijn beste vriendin,' zei ik. ‘Ik zou me echt ontzettend rot voelen als ik haar moest laten stikken of niet meer met haar om kon gaan of zo. Dat moet je begrijpen. Anders heeft het geen zin.'
Hij liet me los en hij keek een beetje beledigd.
‘Dat begrijp ik heus wel,' zei hij. ‘Je kunt zoveel tijd met haar doorbrengen als je maar wilt.'
‘En jij bent niet degene die bepaalt wat ik wel of niet aan haar mag vertellen,' ging ik snel verder, nu ik nog durfde. ‘Zo is het gewoon.'
‘Ik wil helemaal niet bepalen wat jij wel of niet mag,' zei Andreas. ‘Ik zei alleen dat je goed moest nadenken over wat je echt aan haar wílt vertellen.'
Ik zei een paar seconden niets, ik probeerde te begrijpen wat de woorden die hij net had gezegd, eigenlijk betekenden. Toen knikte ik.
‘Oké,' zei ik toen. ‘Dat wil ik wel beloven. Dat ik zal nadenken bedoel ik.'
‘Mooi,' zei Andreas en toen trok hij me weer naar zich toe. ‘Verpest nou niet alles!'
Zijn handen gingen weer over mijn lijf, ze waren gretig en overal, ik keek onrustig rond. Ik verlangde terug naar Frida.
‘Niet hier,' mompelde ik terwijl ik me losmaakte.
‘Oké, oké,' zei Andreas.
Frida stond nog te wachten, precies waar Andreas ons had ingehaald en me had meegetrokken. We liepen verder en Andreas liep met ons mee. Toen we in de buurt van het klaslokaal kwamen, sloeg hij zijn arm om mijn schouders. Opeens konden Frida en ik nergens meer over praten. Ik keek haar verontschuldigend aan en ze haalde even haar schouders op, bij wijze van antwoord, alsof ze wilde zeggen dat dat er nou eenmaal bij hoorde. Gelukkig begreep ze het. Gelukkig was ze wie ze was.
Dat was het eerste dat gebeurde. Het andere was kleiner. Kleiner, maar tegelijkertijd veel groter.
We wilden net op onze plek gaan zitten, toen Adam de klas binnenkwam, een paar minuten te laat en een beetje buiten adem. Hij legde zijn wiskundeboeken en een half uit elkaar hangend schrift op de tafel achter Andreas en keek rond. Eén honderdste van een seconde voordat het gebeurde, begreep ik wat er zou gaan gebeuren en ik begreep niet dat ik daar niet eerder aan had gedacht. Nu kon ik mijn blik niet meer afwenden, ik had geen enkele kans, ik begreep het veel te laat, en Adams donkere blauwgrijze ogen keken recht in de mijne en zijn mond glimlachte en vormde het woord ‘hoi'. Een heel speciaal hoi. En Frida zag het.
Hij dacht dat het niet opviel.
Hij dacht dat het een heel klein tekentje van verstandhouding was, alleen tussen ons.
Hij begreep natuurlijk niet wat hij deed.
Hij kon toch niet weten dat hij net zo goed een dolk in mijn rug had kunnen steken.
Frida's blik schoot van hem naar mij, verbaasd, vragend, en ik moest wel met een verklaring komen. Meteen.
‘Ik was het vergeten,' fluisterde ik, terwijl mijn hart wild tekeerging in mijn borst. ‘Door dat met Andreas. Ik ben Adam vrijdag tegengekomen in het park. Tarzan was weggerend en... Adam had hem gevonden.'
Dat was toch bijna waar. Het kwam zo dicht bij de waarheid als het maar kon.
‘Vergeten?!' fluisterde Frida. ‘Hoe kon je dat nou vergeten?'
‘Ja, maar er is verder niets gebeurd, ik bedoel, we hebben verder over niets bijzonders gepraat, hij had gewoon Tarzan gevonden en wilde net de eigenaar gaan zoeken en toen kwamen we elkaar tegen en ik kreeg mijn hond terug en... toen kwam dat met Andreas, dus toen heb ik helemaal niet meer aan Adam gedacht.'
Nu was het helemaal niet meer waar. Niets was nog waar.
Maar Frida knikte. Ze zag er niet uit alsof ze helemaal gerustgesteld was door mijn hakkelende verklaring, maar ze nam hem aan.
Het duurde een hele tijd voordat mijn hart weer tot rust kwam. Het bleef maar bonken van de angstige opluchting, maar ook van iets anders, een vreemde blijdschap die boven kwam drijven na de eerste schrik, een fladderende kleine kolibrie in mijn borst. Hij wist het nog. Onze ontmoeting betekende iets voor hem. De echte werkelijkheid had hem ook geraakt.
De sommen dansten over de bladzijden van mijn wiskundeboek. Het werd niet beter toen Hakje op het bord probeerde uit te leggen wat je moest doen. De cijfers en letters dansten in het rond en wilden absoluut niet met zich laten rekenen.
Hakje heette eigenlijk Gunnar Hakkvist. Maar omdat hij vrij klein was en altijd schoenen met hakken droeg, had hij de bijnaam Hakje gekregen. Ik denk dat hij al net zo lang op school was als de rector, maar hij leek het werken in het onderwijs niet als een soort hogere roeping te zien. Hakje deed wat hij moest doen en probeerde ons dat ook te laten doen, niet meer en niet minder dan dat. Hij rook een beetje muf en bedompt, dus iedereen probeerde er zo lang mogelijk zelf uit te komen met de sommen en getallen, zodat je hem niet om hulp hoefde te vragen en gedwongen was om die geur in te ademen als hij over je heen hing om iets aan te wijzen of uit te leggen. Het leek wel of je werd opgesloten in een hok met oude, natte dweilen, schimmel op de muren en weggehangen kleren die nooit naar de stomerij waren gebracht.
Ik wilde naar Adam kijken, heel even maar, één honderdste van een seconde, om te zien of hij nog een keer mijn kant op keek, maar ik durfde niet vanwege Frida. Ik had al mijn energie nodig om niet naar Adam te kijken, dus ik had niets meer over om iets zinnigs met die letters en cijfers te kunnen doen.
Frida probeerde het uit te leggen. Ze was goed in wiskunde. Eigenlijk was ik zelf ook niet echt slecht in wiskunde en ik had er helemaal geen problemen mee gehad toen we er vorige week mee waren begonnen. Alleen nu. De cijfers en letters dartelden in het rond op de luchtstroom die door de vleugels van de kolibrie werd veroorzaakt.
‘Wat is er met je aan de hand?' fluisterde Frida. ‘Kun je aan niets anders dan Andreas denken of zo?'
‘Overdosis,' fluisterde ik terug. ‘Een overdosis leven.'





