Bianca Mastenbroek
Biografie
Bianca Mastenbroek (1975) schreef al meer dan 40 boeken voor kinderen, jongeren en volwassenen. Het liefst schrijft ze spannende, magische, sprookjesachtige of historische verhalen. Een nieuwe wereld betreden, een vergeten tijdperk ontdekken, kennismaken met vreemde wezens of culturen; ze vindt het geweldig om op avontuur te gaan en sleept de lezer graag met zich mee. En als het dan ook nog lukt om de lezer aan het denken te zetten of een traantje weg te laten pinken, dan is Bianca helemaal tevreden.
Bijna al haar historische jeugdboeken werden genomineerd voor de Thea Beckmanprijs. In 2019 won ze met Hendrick, de Hollandsche indiaan zowel de Jonge Beckman als de Thea Beckmanprijs. Ze werd ook tweemaal genomineerd voor de Kleine Cervantes.
Interview
Wil je meer weten over deze maker? Lees hier het interview!
Dat we met mijn familie naar Amerika op vakantie gingen. Alles was daar zo groot! Ik was ook nog klein, zes jaar. We zijn naar Disneyland geweest en een krokodillenpark en we aten ijsjes die groter waren dan mijn hoofd.
Lezen. Echt waar. Ik had een broertje en een zusje en die hielden absoluut niet van lezen. Ik nam hun pasjes mee naar de bibliotheek, zodat ik drie stapels met boeken kon lenen. Die had ik altijd zo weer uit... Wat mijn moeder minder leuk vond, want dan moest zij mij weer naar de bibliotheek brengen. Die hadden wij niet in dat kleine dorpje waar ik woonde, dus we moesten naar de grote stad.
Ik denk dat ik heel graag supersterk zou willen zijn. Vooral omdat ik door mijn spierziekte nu superslap ben. Maar ik zou ook wel heel graag willen kunnen vliegen, dat lijkt me geweldig, hoog in de lucht. Of nog beter: kunnen teleporteren, dat ik zo van het ene op het andere moment op een andere bestemming kan zijn. Dat je gewoon even een pizza of ijsje in Italië kunt gaan halen. Of de zonsondergang op een berg in Nepal kunt meemaken. Even een uurtje kletsen met een vriendin die ver weg woont. En dan weer met een vingerknip naar huis.
Parachutespringen. Dat was supergaaf, ook al kreeg ik tijdens de vrije val geen lucht meer. Dus heel slim was het niet…
Duiken op Tenerife was ook wel heel erg spannend! Ik kan me amper bewegen, daarom moest ik met mijn ogen knipperen als het niet goed ging. Dan moet je dus wel heel veel vertrouwen hebben in de mensen die met je meegaan. Want als zij niet opletten, en je krijgt bijvoorbeeld geen lucht meer, dan kan het behoorlijk benauwd worden…
Aan de ene kant vind ik het heerlijk om een hele dag achter de pc te zitten en te schrijven. Zeker als het een beetje wil lukken.
Aan de andere kant vind ik het ook leuk om juist heel andere dingen te doen, naar buiten te gaan, nieuwe plekken te zien, inspiratie of kennis op te doen, naar de schouwburg of een museum gaan. Of gewoon een dagje shoppen.
Maar bij een echt ideale dag hoort in ieder geval veel pure chocola en lekker ijs!
Dat is Tenerife. Daar ga ik al jaren iedere winter naartoe. Even zon ‘tanken’ in de grijze, koude maanden. En de laatste paar jaar bedenk ik op Tenerife ook altijd een nieuw verhaalidee waaraan ik daarna ga werken. Het idee voor Tims stille schreeuw is ook op Tenerife bedacht.
Ik denk dat dat ook De gebroeders Leeuwenhart van Astrid Lindgren is. Ook al had ik het al heel vaak gelezen, steeds moest ik weer huilen bij het einde. Zo ontzettend mooi!
Ik hou ervan als de slechterik ook echt slecht is! Mensen kunnen zo ontzettend gemeen en vals zijn, dat zie ik graag terug in de slechterik. Dat je aan de ene kant denkt: eigenlijk een heel normaal iemand, maar onder het masker…
Het oneindige verhaal van Michael Ende. Mijn boek, Tims stille schreeuw, is daar ook een heel klein beetje op geïnspireerd.
Ik geef meestal mijn eigen boeken cadeau. :-)
Dat wist ik als kind al. Ik schreef altijd al verhalen in schriftjes. Mijn eerste ‘boek’ (vijf schriften vol) schreef ik toen ik tien was. Het ging over een politieagent die Randy heette en de nachtmerrie was van elke schurk.
Toen ik nog op de basisschool zat schreef ik altijd verhalen, hele boeken. Daar ging ik vrolijk mee door tijdens het vwo. Ik schreef voor de schoolkrant en heb in mijn laatste jaar de schoolmusical geschreven en geregisseerd. Daarna ging ik naar de Technische Universiteit Eindhoven en daar kwam het steeds minder van verhalen schrijven (door al die rapporten en projectverslagen die ik moest schrijven). Toch was het niet helemaal weg: ik was wel hoofdredacteur van het magazine van de studievereniging!
Uiteindelijk ging ik werken en had ik helemaal geen tijd meer. Na een tijd dacht ik: ik wil schrijven! Dus toen besloot ik om te stoppen met werken en me volledig op het schrijven te gaan richten. Ik volgde cursussen, ging naar een schrijfclub, deed mee aan wedstrijden, en schreef en schreef en schreef. En nu staat mijn naam op meer dan vijfenveertig boeken!
Soms is inspiratie krijgen gewoon hard werken. Artikelen lezen, internet afstruinen, het nieuws in de gaten houden, boeken van anderen lezen, alles kan tot inspiratie leiden. Bij mij komt de inspiratie ook heel vaak tijdens een gesprek. Als iemand iets geks zegt, kunnen mijn gedachten een zwieper maken en ineens met een verhaalidee op de proppen komen. Soms is het slechts één woord en plop: er zit een verhaal in mijn hoofd.
Ik zou heel graag een lange serie willen schrijven. Bijvoorbeeld Game of Thrones (Het spel der tronen) van George R.R. Martin. Of de boeken over Fitz en de nar van Robin Hobb. Om zo’n mooie wereld uit te werken en zulke gave personages te hebben dat je er pagina’s en pagina’s verder mee kunt en er nog niet genoeg van kunt krijgen.
Nee, ik ben heel nuchter: ik ga zitten en begin. Vaak stel ik me wel een doel (een aantal woorden dat ik bijvoorbeeld wil schrijven of een hoofdstuk dat af moet) voor de dag. En dan moet en zal dat doel bereikt worden.
Ik heb nooit een echt schrijversblok gehad. Maar na het uitkomen van mijn Hendrick, de Hollandsche indiaan wist ik even niet meer wat ik daarna moest schrijven. Ik had echt mijn hart en ziel in dat boek gelegd. En ik was ervan overtuigd dat ik nooit meer een mooier of beter boek kon schrijven. Over dat onderwerp wilde ik ook al van kinds af aan schrijven en nu had ik dat dus gedaan. Ik heb toen een tijdje lopen sudderen en uiteindelijk kwam de inspiratie vanzelf weer.
Ik heb ooit een thriller geschreven waarin ik zelf de hoofdrol had. En nee, ik had het niet gedaan. :-) Helaas kon ik in die tijd geen uitgever vinden die dat boek wilde uitgeven. Er gingen baby’s in dood en daar houden de meeste lezers niet van. Maar omdat alles draaide om een opvangtehuis voor tienermoeders en dus die dode baby’s, kon ik dat niet aanpassen en staat dat manuscript nog steeds ergens werkloos op mijn computer.
In Gent (België) reiken ze De Kleine Cervantes uit. Dat is een prijs voor het beste jeugdboek. En de prijs is niet zozeer het winnen van die prijs, maar de dag die ze organiseren rondom de prijsuitreiking. Ik ben twee keer genomineerd geweest met een boek en mocht dus twee keer aanwezig zijn. Het leuke is dat alles die dag draait om de zes genomineerde boeken en auteurs. Er zijn een aantal schoolklassen die al die boeken gelezen hebben en ook naar die dag komen. Elke klas maakt ook een filmpje voor een van de boeken. Het is zo ontzettend gaaf als je dan op een groot doek het reclamefilmpje van jouw boek ziet!
Een ander onderdeel van die dag is dat je in gesprek gaat met de lezers. De kinderen mogen vragen wat ze willen vragen, en dat doen ze dan ook. :-) En ze geven hun ongezouten mening over je boek.
Aan het einde van de dag mogen ze allemaal een handtekening komen halen. Nou, dan staan er dus lange rijen. Maar bijzonder is dat ze allemaal heel rustig blijven wachten op hun handtekening. En hoe gaaf is het nou dat er lange rijen staan voor jou, auteur Bianca?
Dus die dagen zijn echt een feestje, en ik heb de prijs nog nooit mogen winnen. Soms is meedoen echt belangrijker dan winnen.
Over hét verhaal dat nog ergens op mij ligt te wachten, waarmee ik de wereld ga veroveren! Ik heb het alleen nog niet gevonden.
Dat ik de Jonge Beckman en de Thea Beckmanprijs won met mijn historische roman Hendrick, de Hollandsche indiaan. Een prijs winnen is gewoon gaaf! Dat zowel kinderen als volwassenen zeggen: jij hebt een mooi boek geschreven. Daar was ik natuurlijk supertrots op.
Dat een boek van mij superspannend is, dat je er helemaal in meegezogen wordt, en er later toch over na blijft denken. Dat het boek de lezer geraakt heeft op meerdere manieren.
Ik heb boeken over heel veel verschillende onderwerpen geschreven, en ik hoop altijd dat de lezer er iets van leert. Of over de geschiedenis, of over hoe mensen met elkaar omgaan, of juist hoe ze met elkaar zouden moeten omgaan.
Ik hoop dat de lezer door mijn verhalen de moed krijgt om fouten te durven maken, om een stapje terug te doen en een andere weg in te slaan als dat nodig is, om ervoor te kiezen anderen niet te kwetsen, maar vooral hoop ik dat de lezer uit mijn verhalen de kracht haalt om zichzelf te durven zijn.
Bekijk alle makers
Benieuwd naar de auteurs, illustratoren en vertalers die verbonden zijn aan Uitgeverij Lemniscaat? Wij stellen ze graag aan je voor!