Annejan Mieras
Biografie
Annejan Mieras is opgeleid als architect, maar voelde zich meer thuis als leerkracht voor de klas. Ze is dol op kleine wereldjes. Voor het schrijven nam ze een lange aanloop: cursussen, schrijfgroepen en hele stapels halve verhalen. Haar debuut Portiek Zeezicht (2018) kreeg een eervolle vermelding van de jury van de Woutertje Pieterse Prijs. Daarna volgde Homme en het Noodgeval (2019) dat een Vlag-en-Wimpel ontving en in het Duits werd vertaald. Haar derde boek Het kleine heelal (2023) werd in 2024 bekroond met de Gouden Griffel: ‘Zo kundig en zo liefdevol gecomponeerd.’
Inmiddels is Annejan fulltime schrijver en schrijfdocent, en valt ze soms nog een dagje in als juf om weer even bij te tanken.
Meer over Annejan Mieras:
Interview
Wil je meer weten over deze maker? Lees hier het interview!
Op een hofje in Amsterdam. Op een zwaarbewolkte maandagavond in de herfst van 1965.
Zelf iets maken: een boomhut, een tuintje, een poppenhuis, een tas, een krant, koekjes, bobbistiek...
De kracht om alle talen te kunnen spreken en verstaan. Ook die van planten en dieren. Dan zouden er misschien minder misverstanden zijn en nog meer verhalen!
Als kind klom ik met mijn zus en broer langs een touw naar beneden uit het trapraam van de tweede verdieping. Gewoon voor de lol... Ik droom er nog weleens van.
Aan De kinderen van Bolderburen van Astrid Lindgren heb ik de beste herinneringen. Dat las mijn moeder ons voor. Voor mijn gevoel járenlang. Ik hoor nog haar ontroerde stem als Lisa haar nieuwe kamer binnenstapt en als Olle een zusje krijgt.
Misschien niet voor het eerst, maar wel elke keer weer: de eerste hoofdstukken van De gebroeders Leeuwenhart van Astrid Lindgren.
De boze heks, van Hanna Kraan. Omdat ze niet met én niet zonder haar kunnen.
De lijst van Violet Sopjes, van David Vlietstra. Lees maar!
Iets van Ted van Lieshout of Bette Westera, omdat zij de dingen zó mooi zeggen dat je het vanbinnen helemaal mee gaat voelen.
Om een goede vriendin een plezier te doen, ging ik een keer mee naar een schrijfcursus van Benny Lindelauf. Dat is een heel goede schrijver en een fijne leermeester. Dus ben ik maar gebleven. Gewoon voor mezelf. Pas na bijna achttien jaar (!) oefenen was er een verhaal echt af – en goed genoeg – om een boek te worden.
* Een klas vol kinderen. (Vooral als de les een beetje in het honderd loopt…)
* In de trein zitten.
* Een hele dag niks te doen hebben.
Ik begin de dag met vulpen. Een heel dure groene. Dan schrijf ik drie bladzijden vol om een beetje wakker te worden.
Erbovenop gaan zitten, goed rondkijken en met iets kleins beginnen.
De verdwenen taal. Over de zwakke lezer, die tussen de regels van een boek door glipt en in een land terechtkomt waar je alleen met éénlettergreep-woorden mag spreken. Een soort AVI-land. Met supergrappige dialogen, maar het verhaal is toch ergens gestrand.
Toen ik de Gouden Griffel won voor Het kleine heelal. Het Jeugdjournaal was erbij, maar ik kon niet veel meer uitbrengen dan ‘Wauw…’
Over een grote verhuizing. En dat er dan onderweg van alles kwijtraakt…
Dat zoveel kinderen (en volwassenen) mijn boeken lezen en bevriend raken met Fenna, Homme en Raaf.
Bekijk alle makers
Benieuwd naar de auteurs, illustratoren en vertalers die verbonden zijn aan Uitgeverij Lemniscaat? Wij stellen ze graag aan je voor!